Ghazwa-e-Hamra al-Asad of de Slag van Hamra al-Asad vond plaats in 3 A.H., 1 vlak na de Slag van Uhud. 2 Toen het leger van de Quraysh al-Roha bereikten, bekeken Abu Sufyan en de andere leiders hun strategie opnieuw en waren van plan terug te keren naar Medina om daar de Heilige Profeet
samen met alle andere Moslims om te brengen. 3 Aangezien de Heilige Profeet
zich bewust was van een mogelijke aanval vanuit de Quraysh, 4 gaf hij de metgezellen die hadden deelgenomen in de Slag van Uhud opdracht zich voor te bereiden op een nieuwe strijd en het leger van Quraysh te achtervolgen. 5 Deze strategie werkte en het leger van de Quraysh onthielden zich ervan Medina aan te vallen. 6
In de Slag van Uhud hadden de Moslims zware verliezen geleden. Zelfs een paar van hun grote strijders, waaronder Hamza ibn Abdul Muttalib, 7 Mus’ab ibn Umair, 8 Abdullah ibn Jahash, 9 Amr ibn al-Jamuh 10
etc., waren als martelaar omgekomen en vele anderen waren zwaargewond. In deze situatie was er een grote kans dat de Quraysh zich zouden bedenken en terug zouden keren naar Medina om de Moslims aan te vallen, in plaats van zich terug te trekken naar Makkah. De Heilige Profeet
maakte zich zorgen over de kans op een volgende aanval. 11 Daarom ondervroeg hij een reiziger die pas de stad binnen was gekomen over het handelen en de intenties van de Quraysh. De man informeerde de Heilige Profeet
dat de Quraysh van plan waren Medina aan te vallen. Hij zei dat hij had gezien hoe de leiders van Quraysh aan het ruziën waren over hun fout om de Moslimleiders in leven te laten, en dat ze hen moesten afmaken terwijl de Moslims nog zwak en kwetsbaar waren. 12
Nadat hij deze informatie hoorde, vroeg de Heilige Profeet
aan Bilal
om de metgezellen te verzamelen die hadden deelgenomen in de Slag van Uhud. Zij moesten zich voorbereiden op een strijd en achter de Quraysh aan gaan. 1314 Abdullah ibn Ubayi, die de leider van de huichelaars was, wilde ook deelnemen in deze oorlog. Maar vanwege zijn verraad tijdens de Slag van Uhud, 15 kreeg hij geen toestemming van de Heilige Profeet
om mee te doen. 16 In totaal werd een bataljon van 70 soldaten samengesteld en kregen zij de opdracht voor deze expeditie. 17
in het BataljonJabir ibn Abdullah
kon niet deelnemen in de Slag van Uhud, omdat hij zeven zussen had voor wie hij verantwoordelijk was. Jabirs
vader had hem verzocht om achter te blijven en voor zijn zeven zussen te zorgen, terwijl zijn vader tegen de polytheïsten ging vechten in de Slag van Uhud. Jabir ibn Abdullah
vroeg daarom toestemming aan Profeet Mohammed
om deel te nemen in de nieuwe expeditie. De Heilige Profeet
aanvaardde zijn geldige excuus en gaf hem toestemming deel te nemen in deze slag. 18
Hoewel de metgezellen slechts één nacht hadden om uit te rusten en hun wonden en verwondingen te verzorgen, aarzelde niemand om gehoor te geven aan de oproep van de Heilige Profeet
en begonnen ze zich onmiddellijk te verzamelen. 19 In de Heilige Qoraan prijst Allah de Almachtige zo een gehoorzaamheid en reactiesnelheid van de metgezellen en hen is een grote beloning beloofd. 20
Nadat het kleine leger zich had verzameld, verrichtte de Heilige Profeet
twee Rakaat en kwam, gekleed in zijn pantser, uit de moskee. 21 Toen gaf hij hen opdracht om het leger van Quraysh te achtervolgen en zond twee van zijn metgezellen vooruit om het leger van Quraysh te lokaliseren. De verkenners volgden het spoor van de vijand en toen zij ter hoogte van Hamra al-Asad waren, 22 zagen ze dat het leger van Quraysh daar hun kamp hadden opgeslagen. Dit was op ongeveer acht mijl van Medina. 23 De bewakers van de Quraysh betrapten de verkenners, brachten hen om het leven en lieten hun lichamen achter. Daarna zetten de Quraysh hun weg naar Makkah voort. Toen het Moslimleger onder leiding van de Heilige Profeet
bij Hamra al-Asad aankwamen, vonden ze de lichamen van hun broeders, begroeven hen en sloegen daar ook hun kamp op. 24
Het lukte hen, ondanks hun kleine aantal, toch om angst bij de vijand in te boezemen doordat ze het advies van de Heilige Profeet
opvolgden. Hij had hun opgedragen om zoveel mogelijk hout te verzamelen en elke dag ongeveer 500 kampvuren aan te maken. De kampvuren waren van ver te zien, waardoor het leek dat een er een enorm leger aanwezig was en dit zaaide angst in de harten van iedereen die het zag. 25
Ondertussen stopten de Quraysh op hun weg terug naar Makkah bij Roha, dat 36 mijl van Medina af ligt. Ze heroverwogen hun beslissing en besloten om de Moslims in Medina resoluut aan te vallen en iedereen te doden, inclusief de Heilige Profeet
. 26 Die dag passeerde Ma’bad al-Khuza’i, een plaatselijke bewoner van Hamra al-Asad, het Mekkaanse leger. Abu Sufyan stopte hem en vroeg hem informatie over de Moslims. Ma’bad vertelde hem dat Mohammed
met een enorm leger onderweg was om de martelaars van Uhud te wreken. Abu Sufyan was verbaasd toen hij dit nieuws hoorde en maakte zich zorgen. Hij vertelde Ma’bad dat de Mekkanen van plan waren om de Moslims nogmaals aan te vallen en een eind aan hen te maken. Nadat hij dit hoorde, adviseerde Ma’bad hun om voor hun eigen bestwil terug te keren naar Makkah. 27 Safwan ibn Umayyah adviseerde Abu Sufyan ook om terug te trekken en niet te vechten met de Moslims, aangezien de oorlog niet in het voordeel van de Mekkanen zou eindigen. Nadat Abu Sufyan Ma’bad en Safwan had aangehoord, besloot hij zich terug te trekken en terug te keren naar Makkah. 28
Voordat ze zich terugtrokken, wilde Abu Sufyan echter angst zaaien in de harten van de moslims als een laatste poging om zijn overmacht te tonen. Hij stopte een kleine groep reizigers die richting Medina gingen en gaf hun een boodschap voor de Heilige Profeet
. Abu Sufyan zei hen dat ze Mohammed
moesten laten weten dat de Mekkanen op weg waren naar Medina voor een alles beslissende aanval, ook al trokken de polytheïsten zich terug naar Makkah. Ook deze poging was tevergeefs, 29 want toen de Heilige Profeet
dit bericht ontving, zei hij:
حسبنا اللّٰه ونعم الوكيل. 30
Allah is voldoende voor ons, en Hij is de beste Regelaar van zaken.
De Heilige Profeet
en het Moslimbataljon bleven drie dagen en nachten in Hamra al-Asad. 31 Toen de Quraysh teruggekeerd waren naar Makkah, zond Ma’bad al-Khuza’i een boodschapper naar de Heilige Profeet
met het bericht dat de Quraysh waren teruggekeerd. Nadat de Heilige Profeet dit bericht van Ma’bad had ontvangen, keerde hij
en het Moslimleger terug naar Medina. 32